Overslaan naar de hoofd content

VITALAAR

Communicatie in je relatie verbeteren: dit werkt écht

IMG_7736

Tips om de communicatie in je relatie te verbeteren. 

Bijna elk relatieprobleem heeft ergens een communicatiecomponent. Niet omdat mensen niet met elkaar praten, maar omdat praten en écht communiceren twee verschillende dingen zijn.

In dit artikel krijg je een concreet gespreksmodel dat je vanavond al kunt gebruiken (het 4G-model), lees je waarom praten vanuit “ik” zo veel beter werkt dan praten vanuit “jij”, en vind je een reeks tips voor de momenten waarop het gesprek toch weer vastloopt.

Waarom communicatie vaak de kern is

Veel ruzies gaan schijnbaar over iets kleins. De afwas. Wie de was doet. Wie er te laat was. Maar onder die afwas zit bijna altijd iets groters: je gehoord voelen, gewaardeerd worden, erbij horen, weten dat je ertoe doet voor de ander.

Zolang het gesprek over de afwas blijft gaan, blijft dat onderliggende gevoel onbesproken. En wat onbesproken blijft, komt terug. Meestal in een volgende ruzie, over iets wat opnieuw niets met de echte kwestie te maken heeft.

Dat is ook waarom stellen soms jarenlang dezelfde ruzie voeren in verschillende verpakkingen. Het onderwerp wisselt, het patroon niet.

Het verschil tussen praten en écht communiceren

Praten is het uitwisselen van feiten en logistiek. Wie haalt de kinderen op, wat eten we, hoe laat ben je thuis.

Communiceren is iets anders. Het is delen wat er werkelijk bij je speelt, en oprecht nieuwsgierig zijn naar wat er bij de ander speelt. Dat vraagt twee dingen die allebei ongemakkelijk zijn: jezelf laten zien, en luisteren zonder alvast je verdediging klaar te zetten.

De meeste stellen praten genoeg. Ze communiceren te weinig.

Vier patronen die verbinding in de weg staan

Voordat je iets nieuws leert, helpt het om te zien wat je nu doet. Deze vier patronen kom ik in de coachkamer het vaakst tegen. Ze komen grotendeels overeen met wat relatieonderzoeker John Gottman “de vier ruiters” noemt, de gedragingen die volgens zijn onderzoek de meeste schade aanrichten in een relatie.

Aanvallen in plaats van je eigen gevoel benoemen. “Jij doet ook nooit iets in huis.” De ander hoort geen behoefte, maar een aanklacht. En op een aanklacht reageer je met een verweer.

Neerbuigend worden. Zuchten, met je ogen rollen, sarcasme, “doe eens normaal”. Dit is het patroon dat volgens Gottman het meest destructief is, omdat het niet over gedrag gaat maar over de waarde van de ander als persoon.

Je terugtrekken zodra het spannend wordt. Zwijgen, weglopen, je telefoon pakken. Vaak niet uit onwil, maar omdat je lichaam in de overlevingsstand schiet en je even niets zinnigs meer kunt bedenken. De ander ervaart het als afwijzing.

Interpreteren in plaats van vragen. “Jij vindt vast dat ik overdrijf.” Je vult het hoofd van de ander in en reageert vervolgens op je eigen invulling.

Deze patronen laten zich ook goed herkennen met een model als de Roos van Leary, dat laat zien hoe het gedrag van de één het gedrag van de ander uitlokt. Boven roept onder op, tegen roept tegen op. Met dat model werk ik ook in de communicatietraining voor teams, want in samenwerking gebeurt precies hetzelfde als aan de keukentafel.

De dramadriehoek: welke rol speel jij?

Soms ligt het niet aan losse zinnen, maar aan de rol die je in het gesprek inneemt. De dramadriehoek van psychiater Stephen Karpman beschrijft drie rollen die partners samen in stand houden. Karpman beschreef het model eind jaren zestig binnen de transactionele analyse. Het wordt nog steeds veel gebruikt in coaching, juist omdat mensen zichzelf er meteen in herkennen.

De Aanklager wijst, verwijt en weet vooral wat de ander fout doet. “Jij denkt ook alleen aan jezelf.”

Het Slachtoffer voelt zich machteloos en onbegrepen. “Ik doe hier alles alleen, er wordt toch nooit naar mij geluisterd.”

De Redder springt bij, lost op en neemt over, ook als daar niet om gevraagd is. “Laat mij het maar doen, jij hebt het al zo druk.”

Het vervelende is dat niemand in één rol blijft zitten. Je wisselt. De Redder die jarenlang alles opvangt, wordt op een dag Aanklager: “ik doe hier ook echt alles”. De Aanklager die geen gehoor krijgt, zakt terug in Slachtoffer. En zo blijft de driehoek draaien, soms jarenlang.

Voor je communicatie is dit belangrijk, omdat je in alle drie de rollen ophoudt vanuit jezelf te praten. Je speelt een positie. De Aanklager praat in jij-boodschappen. Het Slachtoffer praat in verhullende taal, met veel “er wordt nooit” en “niemand doet ooit”. De Redder praat helemaal niet over zichzelf, alleen over de ander.

Hoe je uit de driehoek stapt

  • Herken je eigen favoriete rol. De meeste mensen hebben er één waar ze onder stress in schieten. Welke van de drie zinnen hierboven zou jij het snelst zeggen?
  • Zeg wat je zelf nodig hebt in plaats van wat de ander verkeerd doet. Dat haalt je uit de Aanklager.
  • Vraag om hulp in plaats van te wachten tot iemand het uit zichzelf ziet. Dat haalt je uit het Slachtoffer.
  • Vraag eerst of de ander hulp wil. Dat haalt je uit de Redder, en het scheelt een hoop wrok later.


Er bestaat ook een positieve tegenhanger, de winnaarsdriehoek, beschreven door Acey Choy rond 1990. Daarin wordt het Slachtoffer kwetsbaar in plaats van machteloos, de Aanklager assertief in plaats van verwijtend, en de Redder zorgzaam zonder over te nemen. Dezelfde energie, ander effect.

Het model in de volgende paragraaf helpt je precies daarbij: het dwingt je om te praten vanuit wat er bij jou gebeurt, en daarmee stap je vanzelf uit de driehoek.

 

Waarom praten vanuit “ik” beter werkt

“Spreek in ik-vorm” is het meest gegeven communicatieadvies ter wereld. Ook het meest verkeerd begrepen. Het is geen beleefdheidstruc en het is geen manier om je boosheid in te pakken. Er zit een mechanisme onder.

Een ik-boodschap is niet te weerleggen. Als je zegt “jij bent egoïstisch”, is dat een uitspraak over de werkelijkheid. Daar kan de ander het mee oneens zijn, en dat zal hij ook zijn. Als je zegt “ik voelde me alleen gisteravond”, dan is er niets om tegenin te gaan. Jouw gevoel is van jou. De discussie over wie gelijk heeft, verdwijnt.

Je geeft informatie in plaats van een oordeel. “Jij luistert nooit” vertelt de ander niets bruikbaars. “Ik merk dat ik afhaak als je tijdens het praten op je telefoon kijkt” vertelt precies wat er gebeurt en waar het misgaat.

Je houdt de deur open. Bij een jij-boodschap moet de ander eerst iets toegeven voordat het gesprek verder kan. Bij een ik-boodschap hoeft hij alleen maar te luisteren. Dat is een veel kleinere stap, en daardoor lukt hij vaker.

Je neemt je eigen aandeel. Praten vanuit “ik” dwingt je om eerst zelf te weten wat er bij jou speelt. Dat is soms het lastigste deel. Boosheid is makkelijker te uiten dan de teleurstelling of angst die eronder zit.

Het idee van de ik-boodschap komt oorspronkelijk van psycholoog Thomas Gordon, die het in de jaren zeventig beschreef in zijn werk over effectief communiceren met kinderen. Het bleek net zo goed te werken tussen volwassenen.

De verkapte jij-boodschap

Let op deze valkuil, want bijna iedereen trapt erin:

  • “Ik vind dat jij te weinig doet in huis.” Dat is een jij-boodschap met “ik vind” ervoor geplakt.
  • “Ik voel me genegeerd door jou.” Ook hier ligt de bal weer bij de ander.
  • “Ik heb het gevoel dat jij nooit luistert.” Dit is een oordeel vermomd als gevoel.

De test is simpel: gaat de zin over wat er in jou gebeurt, of over wie de ander is? Alleen het eerste is een ik-boodschap.

Het 4G-model: een zin die je altijd kunt gebruiken

Het lastige aan “spreek in ik-vorm” is dat je in het moment niet weet hoe je zin moet beginnen. Daarvoor is het 4G-model handig. Het is een bekend Nederlands feedbackmodel dat in trainingen veel gebruikt wordt, en het werkt in een relatie net zo goed als op het werk.

Vier stappen, in deze volgorde:

1. Gedrag. Beschrijf feitelijk wat er gebeurde. Geen interpretatie, geen “altijd” of “nooit”. Alleen wat een camera zou hebben opgenomen. “Gisteravond kwam je binnen en ging je meteen achter je laptop zitten.”

2. Gevoel. Benoem wat dat met jou deed. Eén woord is vaak genoeg. Verdrietig, onrustig, alleen, ongerust, teleurgesteld.“Ik voelde me alleen.”

3. Gevolg. Vertel wat het effect was, op jou of op de avond. “Daardoor ben ik zelf ook maar wat gaan scrollen en hebben we elkaar de hele avond niet gesproken.”

4. Gewenst. Vraag wat je nodig hebt. Concreet en klein, geen karakterverandering. “Ik zou het fijn vinden als we de eerste tien minuten dat je thuis bent even zonder scherm zitten. Zou dat lukken?”

Achter elkaar klinkt dat zo:

“Gisteravond kwam je binnen en ging je meteen achter je laptop zitten. Ik voelde me alleen. Daardoor ben ik zelf ook gaan scrollen en hebben we elkaar de hele avond niet gesproken. Ik zou het fijn vinden als we de eerste tien minuten even samen zitten zonder scherm. Zou dat lukken?”

Vergelijk dat met “jij bent altijd met je werk bezig”. Zelfde onderwerp, compleet ander gesprek.

Waar het 4G-model vaak misgaat

  • Je slaat het gevoel over. Dan blijft het een klacht met een verzoek eraan vast. De verbinding zit juist in stap twee.
  • Je maakt van het gewenste gedrag een eis. “Ik wil dat je voortaan…” Dat is geen verzoek meer. Sluit af met een vraag, niet met een opdracht.
  • Je vraagt om een karaktereigenschap. “Ik zou willen dat je liever bent.” Daar kan niemand iets mee. Vraag om gedrag dat de ander morgen kan uitvoeren.
  • Je stapelt vijf voorbeelden op elkaar. Eén situatie per gesprek. Meer wordt een aanklacht.

Werkt dit altijd? Nee. Het 4G-model is geen garantie dat de ander goed reageert. Het is een manier om jouw kant van het gesprek schoon te houden, zodat wat er misgaat niet aan de verpakking ligt.

Zeven tips voor als het gesprek toch vastloopt

Let op je eerste dertig seconden. Gottman ontdekte dat de toon waarmee een gesprek begint sterk bepaalt hoe het afloopt. Begin je met een verwijt, dan is de afloop meestal al voorspelbaar. Begin zacht: “Mag ik iets met je delen? Ik zit ergens mee.”

Kies je moment. Niet in de deuropening, niet vlak voor het slapengaan, niet als een van jullie honger heeft of net binnenkomt. Vraag: “Kunnen we vanavond even zitten?” Dat kost tien seconden en scheelt een ruzie.

Vat samen voordat je reageert. Herhaal in je eigen woorden wat je hoort, en vraag of je het goed hebt. “Dus als ik het goed begrijp voel jij je overvraagd op zulke avonden?” Je hoeft het niet eens te zijn met iemand om te laten merken dat je hem begrepen hebt.

Vraag door in plaats van aan te nemen. “Wat bedoel je daarmee?” of “Wat gebeurde er toen bij jou?” Interpretaties voelen als feiten, maar zijn het bijna nooit.

Spreek een time-out af. Als je merkt dat je hart bonkt en je alleen nog maar wilt winnen of weglopen, kun je niet meer luisteren. Spreek van tevoren af dat je allebei een pauze mag vragen, met één voorwaarde: je zegt erbij wanneer je terugkomt. Twintig minuten stilte is rust, twintig minuten stilte zonder afspraak is straf.

Herstel snel en klein. Na een uitglijder hoef je geen groot gesprek te voeren. Een hand op een schouder, “sorry, dat kwam er verkeerd uit”, of een grapje op het juiste moment doet vaak meer dan een uur nabespreken. Stellen die goed herstellen na ruzie, ruziën niet minder. Ze komen er alleen sneller uit.

Zeg ook wat er wél goed gaat. De meeste gesprekken over de relatie gaan over wat er ontbreekt. Benoem één keer per dag iets kleins dat je waardeert. Dat klinkt soft, maar het bouwt het krediet op waar je in een moeilijk gesprek uit kunt putten.

Wat als de ander niet meedoet

Dit is de vraag die ik het vaakst krijg. Je leest een artikel als dit, je doet je best, en de ander gaat gewoon door zoals altijd.

Twee dingen daarover. Ten eerste: je kunt maar de helft van een gesprek veranderen, en dat is meer dan het lijkt. Communicatie is een patroon, en als één kant verandert, verandert het patroon mee. Niet altijd, niet meteen, maar vaker dan mensen denken.

Ten tweede: verandering vragen zonder uitleg werkt zelden. Zeg wat je aan het doen bent. “Ik probeer anders te reageren als we ruzie hebben, omdat ik het zat ben om steeds hetzelfde gesprek te voeren.” Dat is zelf al een ik-boodschap.

Een oefening voor deze week

Kies één situatie die deze week terugkomt en die je normaal met een verwijt zou beginnen. Schrijf van tevoren je 4G-zin op. Letterlijk opschrijven, want in het moment vind je de woorden niet.

Zeg hem één keer. Kijk wat er gebeurt. Meer niet.

Wanneer je hier hulp bij kunt gebruiken

Modellen helpen als het patroon nog niet te diep zit. Spelen deze patronen al jaren, of loopt elk gesprek erover uit op hetzelfde punt, dan kom je er met techniek alleen meestal niet.

In relatiecoaching maken we het patroon eerst zichtbaar: wat gebeurt er precies, bij wie begint het, en waar gaat het echt over. Pas daarna gaan we oefenen. Vaak blijkt de kern iets anders te zijn dan waar jullie al maanden ruzie over maken.

Plan een gratis gesprek en vertel wat er speelt. Dan kijken we samen of coaching bij jullie past.